1. WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

SERA, SFCL.200, AMC1 SFCL.200, AMC1 SFCL.200 (b)(c)(d)(e),
 

Wie kent het niet: de verleiding als je bij het vliegveld aan het vliegen bent, door een inversielaag niet ver weg kunt vliegen, of omdat je over een half uur weer moet landen - een beetje snelheid oppakken en dan de stuurknuppel naar achteren .... niemand zal het zien!?

Bij het vliegen kun je over veel dingen verdeeld zijn: op welke hoogte je overland gaat,, of je een fokkernaald van achter naar voren mag steken, enzovoort .  Een punt waar echter iedereen het over eens moet zijn is dat kunstzweefvliegen zonder aerobatic bevoegdheid op je SPl-brevet of met een zweefvliegtuig dat daar niet voor bedoeld is beslist niet kan. Waarom dat zo is wordt hieronder uitgelegd. 

Niet goedgekeurd zweefvliegtuig:
Niet-aerobatic zweefvliegtuigen hebben relatief ruime veiligheidsmarges; met positief 5.3.g en negatief 2.65.g kun je het een en ander doen .... De belastbaarheid alleen zegt echter niets over de vraag of een zweefvliegtuig al dan niet als aerobatic zweefvliegtuig kan worden gebruikt; dat vereist iets meer kennis dan in theorielessen wordt onderwezen, en iets meer documentatie dan de handleiding van het zweefvliegtuig biedt.

SKF Recht Acro 600

 

Zweefvlieger zonder aantekening aerobatic privilege op het SPL
Het is duidelijk: in Nederland heb je voor alles een autorisatie nodig. De wetgever is echter vrij genereus als het gaat om de aerobatic bevoegdheid: de vereiste uren of starts in de opleiding zijn net voldoende om je als niet geheel onervaren piloot de grondbeginselen van het kunstzweefvliegen bij te brengen, zodat je zonder grote risico's verder kunt werken aan aerobatics of tenminste het geleerde in praktijk te brengen.

Waarom is dit belangrijk? ... Tenslotte is iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen (over)leven.
Helaas zijn het niet altijd de "helden" zelf die getroffen worden. Hoeveel mensen hebben de moed om na een mislukte manoeuvre naar de technicus te gaan en te zeggen dat ze in een ongeoorloofde vlucht over de limieten zijn gegaan en waarschijnlijk de kist hebben overbelast (dit gebeurt vrij snel in een van de gebruikelijke kunststof zweefvliegtuigen)? Als je na de landing niet direct schade ziet, is de verleiding vrij groot om tegen jezelf te zeggen: "Zo wild was het toch niet ...". De onaangename verrassing komt meestal tijdens grote reparaties, jaarlijkse inspecties, enz. - met leuke dingen als gedeeltelijke delaminatie op de ligger/schaal, geruïneerde dwarsligger beslagen of "sweet spots" op de wortelrib.

Daarom, nogmaals in alle duidelijkheid: Behaal eerst de aerobatic rating, in ieder geval de basic kunstzweefvlieg privilege. Dan ben je niet bang om te spinnen, weet je wat er gebeurt als het steil omhoog of omlaag gaat, en bedien je de roeren veel gevoeliger bij hoge snelheden. ... En als je zweefvliegtuig een looping mag maken, kan niemand klagen als je dat na een overlandvlucht uit pure vreugde op de juiste hoogte doet. Dat is beslist beter dan op "molshoophoogte" een zoomer over het zweefvliegveld te maken; om nog maar te zwijgen over het optrekken in de bocht....

Wetten zijn altijd droog geweest, maar we zullen proberen ze wat smakelijker voor je te maken, en helaas kunt je er bij aerobatics niet omheen. We zullen proberen dit hoofdstuk wat aantrekkelijker te maken met de volgende onderdelen:

 

SKF Rollmops2 Ri L Norm 300      -  Algemene voorschriften betreffende het kunstzweefvliegen
SKF Rollmops2 Ri L Norm 300      -  De training voor kunstzweefvliegen
 
          De opleiding Kunstzweefvliegen Basic Privilege        
 
           De voortgezette Kunstzweefvliegopleiding (Advanced)  
SKF Rollmops2 Ri L Rücken 300      - Kunstzweefvliegen met passagiers
SKF Rollmops2 Ri L Norm 300      -  Wetenswaardigheden
SKF Rollmops2 Ri L Norm 300      -  Aerobatic samenvatting
SKF Rollmops2 Ri L Norm 300      -  Bronnen en literatuur
 

 

Algemene informatie over regelgeving met betrekking tot aerobatics.

Het heet eigenlijk "CELEX 32012R0923 EN_TXT" en bevat de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor de luchtvaart en uitvoeringsvoorschriften.

Wij zweefvliegers kennen het als SERA (Standardised European Rules of the Air). Delen ervan zijn in Nederland vervangen door Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1976 - Vliegoperaties met zweefvliegtuigen, die op zijn beurt in bijlage III Uitvoeringsverordening (EU) 2020/358 SFCL - bewijzen van bevoegdheid
voor zweefvliegtuigen
- bevat.

... Maar laten we eerlijk zijn, dat hoef je niet precies te weten ....

Zoals alle wetten is alles geschreven in zogenaamd " ambtelijke  taal" en soms niet gemakkelijk te lezen en te begrijpen.

Aerobatics, bijvoorbeeld, wordt als volgt gedefinieerd:

"Aerobatic flight: een opzettelijk manoeuvre met een plotse wijziging in het gedrag van het zweefvliegtuig, een abnormaal gedrag of abnormale versnelling die niet vereist is voor de normale vlucht of voor instructies in het kader van bewijzen van bevoegdheid of bevoegdverklaringen, behalve voor de bevoegdverklaring aerobatics;

Dit klinkt erg exotisch, maar het is bewust zo geformuleerd omdat er veel meer achter zit.

Volgens het EASA kan deze definitie ook andersom worden beschouwd, wat het volgende oplevert:

 

 SKF Fox Paragraf

Alles wat nodig is voor normaal vliegen of trainen is geen aerobatics; tenzij het expliciet aerobatictraining is. Het geheel volgt de logica dat steile bochten, steil optrekken of snelheid behouden bij zweefvliegen noodzakelijk zijn voor "normaal vliegen" en spins of dynamische rotaties, spiraalduiken enz. deel uitmaken van de instructeursopleiding. Dit betekent dat elke vlieginstructeur deze manoeuvres mag vliegen, demonstreren en trainen tijdens de "normale opleiding", zelfs zonder aerobatic rating.

... Even ter verduidelijking ...

SKF Fox Paragraf1 

U dient te weten dat de opleiding kunstzweefvliegen is geregeld in SFCL.200 met de bijbehorende AMC1 SFCL.200(b) en AMC1 SFCL.200(c).


Aerobatic gliding vindt altijd plaats onder VFR visuele vluchtomstandigheden.

 

 De training voor kunstzweefvliegen

Reichsluftfahrtverordnung 1936,
Passage Aerobatics

SKF Reichsluftfahrtgesetz 1936 Kunstflug

 

Waarschijnlijk de eerste gedocumenteerde loop in een zweefvliegtuig gefilmd met een vleugelcamera. De vlucht vond plaats in 1934. De piloot was de "vader van de zweefvlieger" Wolf Hirth. Hij vloog boven het Hornberg zweefvliegveld in de Schwäbische Alb.

SKF Hirth Looping 1080
De foto is een enkel frame uit de film "Looping & stuurloos". Deze werd gemaakt om de vliegstudenten van Wolf Hirth de kracht en het ongevaarlijke vlieggedrag van het gebruikte zweefvliegtuig "Grunau 9 Schädelspalter" te demonstreren. Zo vergrootte hij het vertrouwen in het vliegen met dit toestel aanzienlijk.. (Fliegendes Museum Hahnweide)

Ook toen moesten de aerobatische "vliegeniers" gecertificeerd zijn, evenals de zweefvliegtuigen die aerobatics mochten doen. Dus eigenlijk is er niet veel veranderd, alleen de "criteria" zijn aangepast.

Het zweefvliegtuig voor je zweefvliegopleiding moet voldoen aan de "Aerobatic" certificeringscriteria (meer hierover in hoofdstuk 4 Operating Limits) en kan dan zonder meer worden gebruikt.

 

Het antwoord op de vraag of je wel of niet met een reddingsparachute vliegt is als volgt:

Een parachute bij aerobatics is niet wettelijk verplicht... maar de ATO/DTO schrijven in hun opleidingshandboeken meestal een reddingsparachute voor.

Inmiddels nemen vliegtuigfabrikanten ook de eis "aerobatics alleen met reddingsparachute" over in hun vlieghandboeken. Eigenlijk zijn wij zweefvliegers al gewend aan het aantrekken van parachutes, dus het is niets nieuws.

 SKF Mindestausrüstung ASK 21 neu

Ook de minimale uitrusting (extra veiligheidsgordel, voetbanden, G-meter etc.) voor aerobatics is meestal aanvullend voorgeschreven en alleen goedgekeurde en geteste aerobatic manoeuvres mogen worden gevlogen. Voor u betekent dit dat het noodzakelijk en vanzelfsprekend is om het vlieghandboek van uw aerobatic zweefvliegtuig eigen te maken (dit betekent meer dan alleen het lezen ervan), hierin wordt alles wat wel en niet is toegestaan beschreven en gespecificeerd.

Nu gaan we verder met het verloop van de training. Het moet plaatsvinden bij een erkende ATO/DTO. Er zijn nu opgeleide instructeurs voor kunstzweefvliegen; de “kunstvliegstudenten” worden dan ook deskundig begeleid tijdens de opleiding.

De zweefvliegopleiding is in overeenstemming met SFCL.200 en er zijn twee verschillende classificaties (Basic en Advanced).

 

Naast fysieke fitheid is na het behalen van het brevet een vliegervaring van ten minste 30 vlieguren of 120 zweefvliegstarts als verantwoordelijke zweefvlieger (PIC) vereist. Solovluchten tijdens de zweefvliegopleiding tellen dus niet mee.

De trainingsvluchten worden aanvankelijk altijd uitgevoerd met een aerobatic-instructeur en meestal met een sleepvlucht naar minimaal 1000 m, maar meestal 1200 m AGL. Deze starthoogten zijn nodig om de manoeuvres en figuren veilig te demonstreren, te leren en te oefenen. 

 

 SKF Box EDEW 1

Aerobatic box tijdens opleiding en training in Walldürn (EDEW).
(niet geschikt voor navigatiedoeleinden).

De sleeppiloot zet je af voor of in de zogenaamde aerobatic box, het luchtruim dat voor de oefeningen is aangewezen. De cursusleider(s) en/of instructeur zorgen ervoor dat je alleen in dit vak zit, want het is niet eenvoudig om het luchtruim voldoende te observeren tijdens aerobatics

Nu vindt de Acro check plaats:

- Accelerometer - set
- Brakes, Belts, Ballast - checked

- Canopy - check

- Trim - set

- Radio set + call

en de situational awareness


-
Altitude
- Position

- Orientation

- Sky clear

Neem dan de beoogde richting aan en oriënteer je op de basislijn waarover de aerobatische vlucht zal plaatsvinden. Neem de stuurknuppel in beide handen (jouw instructeur zal je uitleggen waarom) en waggel (3 x rollen rond de lengteas met ten minste 45° helling). Zo kondig je het begin van de oefening (het oefenprogramma) aan. Houd daarna de vleugels horizontaal en je bent klaar om te beginnen ...

... De vliegoefeningen worden gevlogen tot maximaal 300 m AGL, daarna is het afgelopen.
Als bewijs van de gevlogen oefeningen en manoeuvres moet je de progressiekaart voor het beoogde aerobatatic niveau altijd bij de hand hebben tijdens de opleiding.

 

Algemene informatie over regelgeving met betrekking tot aerobatics

Eerst worden de volgende veiligheids- en herstelprocedures geoefend:

  • Langzaam vliegen en overtrekken
  • Steile bochten
  • Slippen
 
  • Inleiden en herstellen van een spin
  • Herstellen van een spiraalduik
  • Herstellen uit extreme vliegstanden

Dit gaat in combinatie met theoretische instructie waarin de volgende onderwerpen aan bod moeten komen zoals vastgelegd AMC1 SFCL.200(b) punt b: 

Een gezamenlijke totaal tijd van 4 uur klassikale instructie ofwel via leren op afstand is gerechtvaardigd.waarin de volgende onderwerpen aan bod moeten komen:

  • Menselijke factoren en lichamelijke beperkingen
  • Technische onderwerpen
  • Limitaties van toepassing op het specifieke vliegtuigcategorie (en type)
  • Aerobatic manoeuvres en herstel
  • Noodprocedures

Een gezamenlijke totaal tijd van 4 uur klassikale instructie ofwel via leren op afstand is hierbij gerechtvaardigd..

Er zal uiteraard ook nog uitgebreide briefing worden gegeven voor en na een trainingsvlucht vlucht.

Daarna is het tijd om de aerobatic manoeuvres te oefenen (zie hiervoor ook hoofdstuk 5)

    De Spin
    45 graden neergaande en opgaande lijnen
    Positieve looping
    De Wing over of Wingover, beide schrijfwijzen komen voor
    De Lazy eight

Als alles goed gaat, mag je ook alleen oefenen, hoewel er speciale vliegtuigspecifieke richtlijnen zijn voor het spinnen, maar die zul je te weten komen van je aerobaticainstructeur.
De voltooiing van de opleiding is een samenhangend aerobaticaprogramma dat de vijf aerobaticamanoeuvres omvat. Het programma op de progressiekaart is een goede aanbevelingl, maar je mag de oefeningen ook samen met je instructeur herschikken. Als je alles zelfstandig en veilig vliegt, en redelijk foutloos (kleine richtingsfouten worden je vergeven als je ze corrigeert), krijg je de aantekening van de Basic bevoegdheid (privilege) voor zweefvliegen in je logboek en ben je wettelijk een kunstzweefvlieger. Je bevoegdheden zijn echter beperkt tot de 5 basismanoeuvres.

 

De voortgezette opleiding Kunstzweefvliegen (Advanced)

Het is eigenlijk een opwaardering van Basic naar Advanced. Vaak wordt het echter een gecombineerde cursus die wordt afgesloten met het behalen van de Advanced aerobatic privilege.

De ervaring van vele volbrachte zweefvliegcursussen in de afgelopen 30 jaar heeft geleerd dat de "minimum uren en minimum aantal starts" die de SFCL voorschrijft vaak niet voldoende zijn. Ok, een loop is waarschijnlijk minder problematisch, maar als het gaat om rugvliegen ...  Afwijkingen zijn de uitzondering en worden dan meestal herkend door de instructeurs na een controlevlucht met een gekwalificeerde FI aerobatic.

Eerst moeten de veiligheidsmanoeuvres en herstelprocedures van de basisopleiding worden beheerst. In ieder geval zullen de instructeurs opnieuw met je praten over spinnen en andere spin modes zoals de rug (of negative) spin, de accelerated spin, de cross-over spin (bijv. rug spin vanuit normale vliegstand of normale spin vanuit omgekeerde vliegstand), flat spin, alternate spin (verandering van richting tijdens de spin), ze minstens gedeeltelijk demonstreren en de herstelprocedures uitleggen en uitvoeren.

Een gezamenlijke totaal tijd van 4 uur klassikale instructie ofwel via leren op afstand is hierbij weer gerechtvaardigd..

Qua vliegen zal na de spin een korte kennismaking met het rugvliegen plaatsvinden.



SKF 1990 Marina im Rücken Montage mit Clip 600

Hierbij kun je je aanvankelijk een "beginner" voelen en het gevoel hebben dat je niet weet wat je aan het doen bent. Je zult in deze cursus geen absolute controle leren over het rugvliegen, zoals je gewend bent bij normaal vliegen. Bedenk maar eens hoeveel vluchten je met een instructeur hebt gemaakt voordat je in staat was het "piefje" in het midden vast te houden en een bocht te maken zonder te schuiven of te slippen.

Maar uiteindelijk zul je de basis vrij snel oppakken. Dan is het tijd voor de herstel manoeuvres, zodat je weet wat je moet doen als het ongewoon snel gaat of juist te langzaam, en hoe je dit veilig kunt herstellen.

Aansluitend zullen de aerobatic manoeuvres worden beoefend (zie ook hoofdstuk 5, Beschrijving van de kunstvlieg oefeningen)

  • Chandelle
  • Lazy Eight
  • Looping
  • Rugvlucht
  • ½ loop - ½ roll (Aufschwung of Immelmann)
 
  • ½ roll - ½ loop (Abschwung)
  • Stall-turn (Hammerhead, Turn), links/rechts
  • Roll, links/rechts
  • Steile bocht min. 60°, links/rechts
  • Slippen

Ook hier is het belangrijk dat de figuren solo worden beoefend. De instructeur observeert je en probeert eventuele fouten zonodig via de radio te corrigeren. Ook kan het zijn dat de instructeur een dicteerapparaat gebruikt om de vlucht beter te kunnen debriefen. Op een gegeven moment krijg je een aerobatic-programma met specifieke figuren en als je instructeur/instructrice tevreden is, krijg je na minimaal vijf vlieguren en/of minimaal 20 oefenstarts binnen de kunstzweefvliegopleiding de felbegeerde aantekening van de aerobatic advanced privilege in je vluchtlogboek.
Vanaf nu heeft je aerobatic rating geen beperkingen meer. Trap echter niet in de val om te geloven dat je nu "al goed in aerobatics bent" - er ontbreekt nog veel om het onder de knie te krijgen. De basis die je hebt geleerd is echter voldoende om zelf verder te gaan met aerobatics zonder grote risico's, of in ieder geval om veel plezier te hebben met wat je tot nu toe hebt geleerd ... en als je verder wilt ... vind je wel manieren en contacten.

 

Kunstzweefvliegen met passagiers

Als je reeds voldaan hebt aan het vereiste aantal starts en vlieguren voor passagiersvliegen(10 uur of 30 starts als PIC) dan is alleen nog een checkvlucht(en) met een FI vereist. Als Als je zweefvlieginstructeur bent, is dit niet nodig.

In ieder geval geldt de verplichte 90-dagenregel van SFCL.160.

De eisen zijn voor het kunstzweefvliegen met passagiers erg laag, want juist bij aerobatics is er een speciale zorgplicht met betrekking tot de besturing van het zweefvliegtuig en de instructie van de passagier. Ervaring is heel belangrijk, zie ook de beschrijving van een incident in Oostenrijk ( https://www.aerokurier.de/segelflug/kunstflug-unfall-pilot-wegen-grob-fahrlaessiger-toetung-verurteilt/). Extra kunstzweefvliegstarts zijn niet nodig, maar dit ontslaat u niet van een zekere mate van oefening en zorgvuldigheid!

Verder bent u volgens de EASA regelgeving voor zweefvliegen (deel SAO.OP.115) verplicht om uw passagier goed te (laten) instrueren.

.

SKF Kunstflug mit Passagier 1200

Deze verplichte briefing omvat:

  • Het aantrekken van de veiligheidsriemen en eventueel de bijbehorende veiligheidsvoorzieningen.
  • Gebruik van de parachute en procedure voor nooduitgang
  • Zuurstofvoorziening, indien nodig, bijv. vanwege de hoogte (bergvlucht)
  • Andere nooduitrusting voor individueel gebruik door de passagiers. (Hieronder valt ook de spreekwoordelijke "braakzak").

Jij bent verantwoordelijk voor de veiligheid van jouw passagier vanaf het moment dat ze aan boord gaan tot ze het vliegtuig na de landing verlaten!!!


Onthoud altijd dat kunstzweefvliegen leuk moet zijn voor de passagier, dus begin "soft", bijvoorbeeld met een looping of een barrel rol zonder negatieve g-belasting. Het schoonmaken van het zweefvliegtuig is geen leuke klus ...

 

 
 

Passagiersvluchten in het zweefvliegen, briefing (Ronja en Lilli Frank, Straubenhard)

https://youtu.be/5w6VB75PBYQ
 
 

 Dingen om te weten

 

 

Bescherming van het milieu

De bescherming van natuur en milieu ligt waarschijnlijk iedereen na aan het hart. Op dit punt willen wij echter kort ingaan op de bescherming tegen lawaai, die eigenlijk alleen betrekking heeft op aerotow-operaties en aerobaticatraining met geïntegreerde TMG.

Indien meerdere aerotows na elkaar nodig zijn, bijvoorbeeld voor aerobatic training, moeten de sleepvliegers proberen het lawaai te "spreiden", d.w.z. niet steeds dezelfde route slepen en indien mogelijk over onbewoonde gebieden blijven.

Voor TMG geldt onder meer het DAeC-reglement, deel SAO operating procedures:

De gezagvoerder moet zich beraden op operationele procedures om de effecten van het geluid van gemotoriseerde zweefvliegtuigen te minimaliseren, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat de veiligheid voorrang krijgt boven geluidsreductie.

SKF Bocian Squadron 560

 

Legendäre Bocianstaffel der ehemaligen DDR

Evenementen

Luchtvaartevenementen moeten worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit (bv. regeringspresidium, luchtvaartafdeling).

Voor aerobatics gelden speciale voorschriften, zie NfL - Luftfahrtveranstaltungen. Bovendien zijn er verdere officiële eisen betreffende de bijzondere kenmerken van het vliegveld, de gebruikte piloten en, indien van toepassing, eisen inzake verzekering, toewijzing van toeschouwersgebieden, enz.

Aangezien zogenaamde displays worden gevlogen, gelden voor alle piloten gespecialiseerde vliegoperaties met overeenkomstige voorschriften, zoals speciale checklisten/klarelijsten (Muster-Klarlisten spezialisierter Flugbetrieb).

Grashoogte

Aerobatische zweefvliegtuigen hebben vaak weinig of geen dihedraal. Daardoor is de hoogte van de vleugeltips boven de grond tijdens het taxiën zeer laag. Door de hogere taxisnelheden zijn de gevolgen van vastlopen in het gras fataal. Het is essentieel dat de banen goed gemaaid zijn (zie fsm 3/75 Startafstand).

 

SKF Foxstart

 

 

Aerobatic samenvattend

Algemeen:
Aerobatic gliding wordt alleen uitgevoerd in VFR visuele vluchtomstandigheden.

De minimale veiligheidshoogte is 450 m AGL.

Vereisten:
Gezond en fit.

Ten minste 30 uur of 120 starts als PIC na ontvangst van het bewijs van bevoegdheid.

 

Opleiding:
In overeenstemming met SFCL 200 en bijbehorende AMC's.
Erkende ATO/DTO.
Passende training in theorie en praktijk.
Basis zweefvliegrechten:
 - 3 uur theorie (DAeC aanbeveling).
 - 5 set figuren praktijktraining (spin, hoek, loop, lazy eight en wing over).
 - Samenhangend aerobaticaprogramma.
 - Aerobatische rechten worden bevestigd in het vluchtlogboek.
Zweefvlieg aerobatics rechten voor gevorderden:
 - 5 uur theorie (DAeC-aanbeveling).
 - Ten minste 5 uur of ten minste 20 starts aerobaticatraining.
 - Geen figuurbeperking, maar verplichte figuren (chandelle, lazy eight, loop, inverted flight, upswing, turn and roll).
 - Samenhangend aerobaticaprogramma.

 - De aerobatische bevoegdheden worden bevestigd in het vluchtlogboek.

 

Gebruikte bronnen en literatuur:

De onmetelijke hoeveelheid ervaring in de hoofden van de betrokken zweefvlieginstructeurs en coaches ... en bovendien

Inleiding, gedeeltelijk: van de website "Hurga" met vriendelijke toestemming van Martin (Seck) Spieck.

DVO (EU) 2018/1976; DVO (EU) 2020/358 SFCL; LuftVO; diverse Flight Safety Messages (fsm), diverse Notices to Airmen (NfL).

DAeC Methodiek zweefvliegopleiding

© Foto's Fox shredder op en neer: met dank aan Dominik Brill, fotomontage Schorsch Dörder

Openbaar beschikbare verordening inzake luchtverkeer van 21 augustus 1936 (Reichsgesetzblatt 1-S 1033)

© Enkel beeld uit de film "Looping & roerloos": Met dank aan Hellmut Hirth en het vliegmuseum Hahnweide.

 

Mindestausrüstung ASK 21b:   Auszug aus dem Flughandbuch mit freundlicher Genehmigung Fa. Alexander Schleicher, Poppenhausen

©  Kunstflugbox Walldürn:  Auszug aus der AIP mit freundlicher Genehmigung der DFS und des FSCO Walldürn

©  Bild Rückenflug:  Mit freundlicher Genehmigung von Marina Dörder; Cartoon Rückenflug von Martin Spieck

©  Bild TMG: Mit freundlicher Genehmigung von Wilhelm Düerkop†, Team-Pilot der RF 5; näher bezeichnete Auszüge aus der Gesetzgebung der EASA

Abschnitt Flugplan: Dank an die Unterstützung  des BMVD und der DFS sowie an den Förderverein Segelkunstflug Bayern für die Flugplanbeispiele

©  Bild Weg in die Box:  Mit freundlicher Genehmigung von Sebastian Dirlam

©  Bild zeitgleiches Training:  Mit freundlicher Genehmigung von Tommy Brückelt

©  Bilder Passagierkunstflug:  Mit freundlicher Genehmigung von Christine Walter

©  Bild Bocianstaffel:  Mit freundlicher Genehmigung von Günter Ambroß., dem "Left Wingman" der Bocianstaffel der ehemaligen DDR

©  Bild kurz gemähte Startstrecke:  Mit freundlicher Genehmigung von Sebastian Dirlam

 

xxxxx